dinsdag 30 maart 2010

Lemon Curd


Heerlijk wat je allemaal kan doen met citroenen en het fris zure sap. Citroenen zijn bij uitstek smaakmakers en het sap of de schil worden veelvuldig gebruikt in allerlei recepten.

Om de smaak van de lente te accentueren heb ik Lemon Curd gemaakt. En het is heerlijk geworden. Deze 'jam' (een passend Nederlandse woord weet ik niet) kan je op vele manieren gebruiken. Als vulling van een cake, als topping op een taart, in combinatie met gemberkoeken of zomaar op een beschuitje. Mijn ontbijt bestond vandaag uit een cracker met .....


Lemon Curd

Ingrediënten:

2 citroenen, groot, onbespoten en niet geverfd
240 gram suiker
5 suikerklontjes
4 eieren (large)
125 gram ongezouten boter

Attributen:

Twee schone jampotjes

Bereiding:

De schil van de citroenen raspen met de suikerklontjes, zodat zoveel mogelijk citroenolie gebruikt wordt.
Voeg deze klontjes bij de rest van de suiker in een zware 2 liter pan en voeg het sap van de twee citroenen toe. Roer dit goed.

Als alle suiker opgelost is de eieren één voor één toevoegen.

Voeg de boter in een keer toe en dan koken op matig laag vuur, voortdurend roeren totdat het mengsel dik genoeg en lobbig is en de eerste belletjes verschijnen op het oppervlak. Dit duurt ongeveer 10 minuten.

Onmiddellijk van het vuur halen en door een fijne zeef in de jampotjes gieten. Met deksel de potjes afdekken en laten afkoelen.

Smullen maar!

maandag 29 maart 2010

Oranjekoek met botercrème




Voor mijn recept van vandaag heb ik me laten leiden door de ingrediënten die nog in mijn voorraadkast staan. Een stukje amandelspijs, oranjesnippers en anijszaadjes. In de lijn van de baksels van de laatste weken – veel streekrecepten vanuit Friesland – kon ik dus niet anders dan een Oranjekoek bakken.
Op zich is het maken van de koek geen probleem. De moeilijkheid zit in de afwerking. Het fondant aanbrengen valt nog wel mee, maar dan: de botercrème. Dat is een secuur werkje, want de temperatuur van de bereiding luistert nogal nauw. Als je het suikerwater te warm en te snel bij de eierdooiers doet, dan wil het ei al gauw gaan stollen en krijg je geen gladde crème.
Dit is waarschijnlijk ook de reden dat ik weinig Oranjekoeken tegenkom waar nog botercrème gebruikt wordt. Tegenwoordig zie ik steeds vaker dan men de koeken garneert met geklopte slagroom. Dat is jammer. Wel lekker, maar het hoort er van oorsprong niet op.
Ik heb het gewaagd en een originele Oranjekoek met botercrème gemaakt.

Oranjekoek met botercrème

Ingrediënten voor de koek:

340 gram bloem
8 gram backin
200 gram basterdsuiker
40 gram boter
1 sinaasappelschil
75 gram oranjesnippers
2 eetlepels anijszaad
0,5 dl water
zout, nootmuskaat
1 ei

Ingrediënten spijsvulling:

100 gram amandelspijs
1 theelepel citroenrasp
2 eetlepel water

Ingrediënten fondant:

100 gram poedersuiker
1 theelepel rode bessensap

Ingrediënten voor de botercrème:

4 eierdooiers
100 gram kristalsuiker
80 milliliter water
200 gram zachte boter
2½ eetlepel Amaretto


Ingrediënten voor de garnering:

Chocoladefiguurtjes
Oranjesnippers


Bereiding koek met spijs:

Zeef bloem en bakpoeder in een schaal.
Meng de basterdsuiker, boter, geraspte sinaasappelschil, gehakte snippers, gemalen anijszaad, water, zout, nootmuskaat en het ei goed door elkaar in een andere schaal. Als alles goed met elkaar vermengd is de bloem toevoegen. Kneden tot een stevig deeg. Laat het deeg een half uur opstijven in de koelkast.
Kneed het deeg nog even door en rol het deeg tot circa 4 mm dikte. Snij 2 even grote vierkanten uit het deeg. Leg een van de twee plakken op een beboterd bakblik.
Meng amandelspijs, citroenrasp en water. Bestrijk deze plak met de amandelspijs tot 1 cm van de rand. Leg er de tweede plak op en bestrijk de rand met ei.
Bak de koek in circa 25 minuten bij 210 graden.
Laat de koek even afkoelen voordat de fondant erop gestreken wordt.

Bereiding fondant:

Zeef de poedersuiker boven een schaaltje en voeg het bessensap toe.
Bestrijk de fondant met een nat mes op de wat afgekoelde koek.
Snijdt de koek, voordat de fondant kan barsten, in kleine, handzame vierkantjes of rechthoekjes.

Bereiding botercrème:

Zet een grote pan met koud water klaar om het mengsel later in te laten afkoelen.
Neem een tweede pan waar een beslagkom half in past. Doe water in de pan en laat deze koken.
In een derde klein pannetje doe je de suiker en water en verwarm tot 106ºC.
Na 10 minuten doe je in de au bain marie kom de dooiers en mix ongeveer 7 minuten.
Als het suikermengsel op de juiste temperatuur is, giet deze dan in een dun straaltje bij de dooiers en blijf au bain marie mixen.
Haal de kom uit de pan, voeg de Amaretto toe en daarna de zachte boter.
Blijf mixen en zet de kom in de pan met koud water. Blijf mixen totdat het mengsel afgekoeld is.
Zet het mengsel in de koelkast.

Haal het mengsel 30 minuten voor gebruik uit de koelkast Het is dan gemakkelijker te spuiten.
Spuit met een spuitzak de crème op de koeken met garneer daarop oranjesnippers en chocoladefuguurtjes.

Smullen maar!

dinsdag 23 maart 2010

Frisse citroen-crème-brûlée




Heerlijk: het is lente! Tijd voor lekkere en frisse toetjes. Vandaag heb ik gekozen voor een recept uit het boekje crème brûlée! van de uitgever Becht. Deze frisse, licht rinse crème brûlée is de eenvoud zelve. Door het citroensap wordt de room als bij toverslag dikker, zodat er voor dit recept geen eierdooiers nodig zijn. Gemakkelijk te maken en zonder oven.

Frisse citroen-crème-brûlée

Ingrediënten:

625 ml slagroom
165 gram fijne tafelsuiker
2 citroenen, de geraspte schil van 1 en het sap van beide citroenen
3 eetlepels poedersuiker voor de afwerking

Benodigdheden:

6 ronde soufflébakjes circa 8 cm doorsnede en 4,5 cm hoog
Eventueel een brander.

Werkwijze:

Giet de room in een steelpan. Voeg de suiker toe en verwarm de room al roerend tot de suiker volledig is opgelost. Breng aan de kook en laat onder regelmatig roeren 2 tot 3 minuten koken.

Neem de steelpan van het vuur en roer er het citroensap door. Roer er dan geleidelijk het sap door.

Giet de citroenroom in 6 soufflébakjes en laat hem afkoelen. Zet de bakjes 3 tot 4 uur in de koelkast tot de inhoud stevig is.

Bestrooi voor het opdienen met poedersuiker. Karameliseer met een brander of onder de grill.

Serveer op een schoteltje met knapperige koekjes of partjes sinaasappel.

Smullen maar!

maandag 22 maart 2010

Chocolate Peanut Butter Buns


Bij toeval gevonden in Nederland: Reese's Peanut Butter Chips. Winkelend in Utrecht liep ik langs de uitnodigende etalage van
Jac Bostelaar op de Steenweg. Ik kon de verleiding niet weerstaan en stapte naar binnen. Daar vond ik de beroemde oranjezakjes met de Peanut Butter Chips. Weliswaar tegen een fikse prijs, maar oké, de overheerlijke broodjes zijn het mij waard.

Het recept voor deze Chocolate Peanut Butter Buns komt van de blog: "Uit de keuken van Arden". De recepten van Arden zijn altijd goed te volgen en bovenal het resultaat is iedere keer weer heel smakelijk.


Chocolate Peanut Butter Buns

Ingrediënten:

2 theelepels droge gist
60 gram water, 40 - 46 graden
57 gram suiker
430 gram ongebleekte bloem
4 eetlepels cacao
8 gram zout
240 ml warme koffie, 32 graden
1 eidooier
10 gram ongezouten zachte boter
113 gram peanut butter chips

Voor de afwerking:

120 ml koud water
1 1/4 theelepel maizena


Bereiding:


Los de gist en 1/4 theelepel van de suiker op in het warme water. Laat 3 minuten staan.
Meng de tarwebloem, cacao, de resterende suiker en het zout in een aparte kom.
Meng de warme koffie, eidooier en de boter door het gistmengsel. Voeg geleidelijk het bloemmengsel toe.
Kneed tot een soepel deeg. Maak er een 'losse' bal van en geef het deeg 10 minuten rust. Maak er dan een rechthoek van en verdeel daar de peanut butter chips over. Vouw het deeg vervolgens zoals je een envelop vouwt en kneed de chips erdoor.
Vet een kom in met olie en doe het deeg hierin, 1 keer keren zodat alle kanten met olie bedekt zijn. Afdekken met plastic folie en laten rijzen totdat het in volume verdubbeld is, ongeveer 2 uur.

Bekleed twee bakblikken met bakpapier/bakmatje. Stort het deeg op de werkplek en verdeel in 12 gelijke stukjes. Goed opbollen en op iedere bakplaat 6 bolletjes leggen. Laat genoeg ruimte tussen de bolletjes, zodat ze niet aan elkaar rijzen/bakken. Afdekken met ingevet plastic folie en op kamertemperatuur laten rijzen tot ze bijna in volume verdubbeld zijn.

Maak, terwijl de bolletjes rijzen, het papje voor de afwerking: roer in een steelpan de maizena door het koude water. Breng al roerend aan de kook, blijf roeren totdat het dikker wordt. Laat het afgedekt (dan komt er geen vel op) afkoelen.

Verwarm intussen de oven voor op 200 graden.

Bestrijk de gerezen bolletjes voorzichtig met een kwastje met het maizenapapje. Zet 1bakplaat op de onderste richel de oven en de andere bakplaat bovenin. Besproei met een plantensproeier de zijkanten van de oven 6 - 8 keer en sluit de oven. Herhaal het besproeien nog twee keer, met 1 minuut ertussen.

10 minuten bakken, verlaag dan de temperatuur naar 180 graden en verwissel de bakplaten van boven naar beneden en draai ze 180 graden. Bak nog 10 - 15 minuten tot ze gaar zijn. Ze voelen dat stevig aan, geen harde korst. Bestrijk ze als ze uit de oven zijn nog een keer dun met het maizenapapje. Laat ze vervolgens op een rooster afkoelen.


Smullen maar!

dinsdag 16 maart 2010

Suikerbrood


Heerlijk een weekend naar buiten geweest. Vanaf vrijdag tot maandag overnacht een een huisje midden in het natuurgebied De Weerribben, in de kop van Overijssel. Prachtige gewandeld in dit gebied en vlak daarbuiten. 's morgen diverse keren reeën gespot en ik heb daar mooie foto's van kunnen maken.

Ook een uitstapje gemaakt naar Lemmer, lekker rondgedoold en geshopped. Natuurlijk, omdat ik weer in Friesland was, suikerbrood gekocht. Op zondag, tijdens een excursie door het gebied De Wieden, werd ik getrakteerd met een sneetje suikerbrood. Dus ook verkrijgbaar in Overijssel. En wat denk je, vanmorgen weer thuis, in de plaatselijke supermarkt, ligt daar aangeboden: suikerbrood!

Vandaar de inspiratie van deze dag:

Suikerbrood

Benodigdheden:
550 gram ongebleekte tarwebloem
2 theelepels droge gist
75 gram ongezouten boter, gesmolten en afgekoeld
2 eieren
3 eetlepels gembersiroop
155 gram lauwe melk
1 theelepel zout

175 gram parelsuiker
1 theelepel kaneelpoeder

Bakblik
Kwastje
Bakpapier

Werkwijze:
Doe de meel, gist, de losgeklopte eieren (1 lepel bewaren voor de garnering), de boter, gembersiroop en lauwe melk in een kom en meng met een houten lepel. Kneed een deeg van deze ingrediënten.
Pas na 5 minuten kneden het zout toevoegen.

1e rijs:
Vet een grote kom in met wat olie en leg het deeg hierin, 1 keer keren zodat alle kanten met olie bedekt zijn. Dek de kom af en laat het deeg op kamertemperatuur in ongeveer 1 uur in volume verdubbelen.

Bekleed het bakblik met bakpapier en vet het papier dik in met olie of boter.

Vormen:
Stort het deeg op een licht ingevette werkplek. Mix de kaneel met de suikerparels en kneed die door het deeg. Druk de lucht eruit en bol losjes op. Laat afgedekt nog circa 15 minuten liggen.
Vorm het brood: uitrollen tot een rechthoek. Vouw de rechterkant tot net over het midden van het deeg, doe dat ook met de linkerkant. Weer platrollen (tot de breedte van het bakblik) en dan het deeg stevig oprollen en de naad dichtdrukken. Met de rand naar beneden in het bakblik leggen. Dek af met ingevet plastic folie.

2e rijs:
Laat het nogmaals circa 45 minuten rijzen tot het bijna in omvang is verdubbeld.

Verwarm ondertussen de oven voor op 200ºC.

Bestrijk het brood met de achtergehouden lepel ei. Bestrooi het brood met wat kristalsuiker voor deze de oven in gaat en bak het brood ongeveer 35 minuten goudbruin en gaar.

Let op met het uitnemen van het brood, de stukjes suiker zijn echt kokend heet.

Laat het brood afkoelen op een rooster.

Smaakt heerlijk besmeerd met boter.

Smullen maar!

dinsdag 9 maart 2010

Zachte witte broodjes (van Arden)


Tijdens een workshop broodbakken bij Oldenhof heb ik kennis gemaakt met Arden. Al een tijdje volg ik haar blog. Ondertussen heb ik al veel geleerd over hoe een deeg te maken, het vormen en wat je allemaal kan doen (of niet doen) met deeg.

De blog van Arden is één van mijn inspiratiebronnen geworden voor met name het bakken van broodjes. Broodjes gaan er bij ons altijd in. Niet alleen tijdens het weekend bij wandel- of fietstochten, maar ook om mee te nemen naar het werk.

Al eerder heb ik witte broodjes gemaakt: met semolinameel. Deze smaakten verrassend lekker en waren gemakkelijk te maken. Het opbollen van broodjes lukt me steeds beter: oefening baart kunst.

Vandaag wederom witte broodjes van Arden. Omdat ze echt zo lekker zijn!


Zachte witte broodjes (van Arden)

Ingrediënten:

500 gram tarwebloem
7 gram droge gist
10 gram suiker
140 gram water, lauwwarm
115 gram karnemelk, lauwwarm
30 gram zachte ongezouten roomboter
1 ei (M)
9 gram zout

Bereiding:
Doe alle ingrediënten - behalve het zout - in de kom. Roer met een houten lepel door elkaar. Kneed met de deeghaak in 10 - 15 minuten tot een soepel deeg dat van de wand loslaat, het mag nog iets aan de bodem plakken. Voeg het zout na 5 minuten toe.

1e rijs:
Vet een grote kom in met wat olie en leg het deeg hierin, 1 keer keren zodat alle kanten met olie bedekt zijn. Dek de kom af en laat het deeg op kamertemperatuur in ongeveer 1 uur in volume verdubbelen.

Vormen:
Stort het deeg op een licht met olie ingevette werkplek. Verdeel het met een deegsteker in 12 gelijke stukjes en maak er bolletjes van. Laat de bolletjes deeg afgedekt circa 10 minuten liggen en bol ze dan nog een keer goed op. Leg ze een paar centimeter uit elkaar op een met bakpapier of bakmatje beklede bakplaat.

2e rijs:
Laat de bolletjes afgedekt op kamertemperatuur in 45 - 60 minuten tot bijna dubbel volume rijzen. Het deeg is genoeg gerezen als je er met een vinger op drukt en het deeg veert langzaam terug.

Verwarm tijdens het rijzen de oven voor op 190 ºC.

Bakken:
Bak de broodjes in circa 17 minuten gaar en bruin. Direct nadat de bolletjes uit de oven komen insmeren (gebruik een kwastje) met zachte boter. Laat op een rooster afkoelen.


Smullen maar!

maandag 8 maart 2010

Trommelkoek (Boffert)


De moeder van een collegaatje bracht mij op een spoor van dit recept. Een gerecht dat vroeger in Friesland vaak gegeten werd. De trommelkoek. Het recept was het probleem niet; er bestaan veel varianten. Ik heb voor een luxe variant gekozen; rijkelijk gevuld met rozijnen, abrikozen en walnoten.

Het probleem was het zoeken naar een trommelkoekpan. Op internet worden deze pannen wel aangeboden, maar dat zijn vaak antieke (roestige), voornamelijk bedoeld als decoratie in huis. Ik twijfel of ik daar wel een trommelkoek in wil bereiden.

De oplossing had ik in huis. Een tulbandvorm! Deze vorm pastte perfect in mijn grote pan en als deksel heb ik een diepbord gebruikt.

Dit is het resultaat. Heerlijk als een maaltijd met stroop, zoals bij pannenkoeken, of voor bij de koffie.


Trommelkoek (Boffert)

Ingrediënten:

400 gram zelfrijzend bakmeel
350 milliliter melk
3 eieren
60 gram rozijnen
8 gesneden abrikozen
4 walnoten
Zachte boter
2 eetlepels paneermeel
2 eetlepels suiker
1 eetlepel kaneel

Attributen:

Trommelkoekpan van 1 1/2 liter inhoud (of een tulbandvorm met sluitend deksel voor au bain marie koken)
Grote pan waar de boffertpan in past
Beslagkom
Kwastje

Bereiding:

Maak een stevig beslag van het zelfrijzend bakmeel, de eieren, de melk,de rozijnen, abrikozen en walnoten.

Beboter de boffertpan goed (ook het deksel) en doe het paneermeel erin. Sluit de pan met het deksel en schud de pan goed heen en weer zodat de paneermeel hecht aan de boterlaag.

Strooi onderin (wordt bovenop wanneer je hem omdraait) 2 eetlepels suiker en 1 eetlepel kaneel.

Vul de vorm voor 2/3 met het beslag.

Zet de boffertvorm in een pan met koud water, let op dat de vorm niet drijft! Breng het water aan de kook, laat de boffert 1 1/2 tot 2 uur zachtjes koken. Let op dat de pan niet droog kookt. Eventueel met water bijvullen.

Neem de boffertpan voorzichtig uit het hete water Neem het deksel van de vorm, leg een bord ondersteboven bovenop en keer de vorm om. Eventueel even schudden. Als het goed is komt de boffert mooi goudbruin uit de vorm. Bovenop zit het laagje gesmolten suiker met kaneel.

Serveertip:

Serveren met gesmolten boter en bruine suiker

of

Fijne Stroopsaus:
200 gram stroop verwarmen
100 gram boter in kleine klontjes door de stroop mengen
Warm over de trommelkoek gieten


Smullen maar!

zondag 7 maart 2010

Muffin met Parmezaanse kaas en pijnboompitten



Muffins zijn er in vele smaken, met chocolade, met fruit gevuld, noten of met pompoen. De variëteiten van zoete muffins zijn werkelijk eindeloos. En allemaal zijn ze niet te versmaden.

Muffins hoeven niet altijd zoet te zijn. Er zijn waarschijnlijk net zoveel hartige varianten. Denk maar eens aan gevuld met ui en knoflook, deze gaan goed samen met soepen en stoofschotels. Of combinaties met kaas en ham, welke je gemakkelijk kan meenemen voor een picknick.

De Muffin met Parmezaanse kaas is werkelijk fantastisch te combineren met een soep of een salade. Deze Muffin staat ook heel mooi op het verjaardagsbuffet, het onderwerp van het
Food Blog Event maart 2010



Ingrediënten:

Voor het deeg:
285 gram bloem
1 eetlepel bakpoeder
85 gram grof geraspte (extra)pittige Parmezaanse kaas
60 gram pijnboompitten
2 eieren (L)
265 milliliter karnemelk
6 eetlepels zonnebloemolie
1 mespunt zout
Vers gemalen zwart peper naar smaak

Voor de topping:
7 gram fijngeraspte Parmezaanse kaas
35 gram pijnboompitten

Verder:
12 cakevormpjes


Bereiding:

Verwarm de oven voor tot 200 graden.

Voor de topping:
Meng de pitten en kaas. Zet deze nog even apart.

Voor het deeg:
Zeef de bloem, bakpoeder, zout en peper boven een kom. Voeg de kaas en pitten toe en meng deze rustig.

Breek de eieren in een kom en klop deze rustig los. Meng de karnemelk en de zonnebloemolie door de eieren.

Maak een kuiltje in het bloemmengsel en giet daar het eiermengsel in. Meng alle ingrediënten tot een smeuïge massa.

Vul de cakevormpjes en breng de topping erop.

Zet de vormpjes in de voorverwarmde oven en bak in 20 minuten gaar tot ze mooi bruin zijn en stevig aanvoelen.

Serveer warm.


Smullen maar!

dinsdag 2 maart 2010

Kuise zusterkoek met Friese Nagelkaas


Als ik in de gelegenheid ben koop ik bij een echte kaasboer Friese nagelkaas. Afgelopen weekend in Leeuwarden kocht ik een stuk jong belegen nagelkaas, lekker romig van smaak en smelt op de tong.

Altijd ben ik geïnteresseerd in en op zoek naar streekgerechten. Op de internetpagina worldcook.net kwam ik een combinatie tegen van een traditioneel Fries gerecht 'Kuise zusterkoek' met Friese Nagelkaas. Normaal gesproken worden de gebakken boterhammen geserveerd met rozijnen en poedersuiker. Genoemde variant vond ik echter een uitdaging en heb deze inmiddels gemaakt en verorbend.

Heerlijk om mee te nemen bij de middagboterham of te eten bij de welbekende 4-uurs-dip.

Kuise zusterkoek met Friese Nagelkaas

Ingrediënten:

8 sneetje witbrood
2 eieren
250 ml room
2 eetlepels suiker
½ theelepel nootmuskaat
6 plakjes Friese nagelkaas
50 gram boter

Bereiding:

Klop de eieren los met de suiker, de room en de nootmuskaat.

Haal de sneetjes brood door dit mengsel en bak ze één voor één in een koekenpan met wat boter aan beide kanten goudbruin.

Maak twee stapeltjes van vier sneetjes met drie plakjes kaas ertussen.
Snijd de boterhammen in vierkantjes.


Smullen maar!

maandag 1 maart 2010

Klassieke crème brûlée


Het afgelopen weekend weer eens naar Leeuwarden geweest en me laten verwennen met een 'avondje SEMS'. Een avondje SEMS bestaat uit een vijfgangen verrassingsdiner waarbij streek- en seizoensproducten centraal staan en bij de gerechten serveren zij wijnen die goed aansluiten op de gerechten. Ik heb weer genoten.

De zaterdagmiddag heb ik volop de gelegenheid genomen om diverse kookwinkeltjes te bezoeken. Bij één winkeltje kocht ik een handige set van ChicagoMetallic voor het maken van crème brûlée. Niet zozeer omdat dit heerlijke recept niet zonder deze set te maken is, maar omdat ik de aluminium bakpan van het formaat 20 x 20 wel kan gebruiken voor bijvoorbeeld het maken van Brownies.

Klassieke crème brûlée

Dit is een basisrecept voor een Franse klassieker uit het receptenboekje crème brûlée! van uitgever Becht. De hoeveelheden heb ik afgestemd op 4 ronde soufflébakjes van circa 8 cm doorsnede en 4,5 cm hoog.

Je gebruikt alleen de eierdooiers in dit gerecht. Doe het eiwit in kleine plastic bakjes van een hoeveelheid die je kan gebruiken voor lichte gebakjes of meringues. Dek ze goed af, plak er een etiket op en bewaar ze hooguit 3 maanden in de diepvries. Laat ze dan een nacht lang in de koelkast ontdooien. Je kunt het eiwit ook hooguit 3 dagen in een afgedekte kom in de koelkast bewaren

Ingrediënten:
1 vanillestokje
400 ml slagroom
5 eieren (M)
40 gram fijne tafelsuiker
4 eetlepels poedersuiker

Benodigdheden:
4 ronde soufflébakjes circa 8 cm doorsnede en 4,5 cm hoog
1 braadpan
Eventueel een brander.

Werkwijze:

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Snijd het vanillestokje in de lengte open en doe het in een steelpan. Giet de room in de pan en breng hem tegen de kook aan. Neem van het vuur en laat 15 minuten intrekken.

Haal het vanillestokje uit de room, druk het tegen de wand van de pan en schraap de zwarte zaadjes in de room. Gooi het stokje weg.
Splits de eieren voorzichtig.

Meng met een vork de eierdooiers en de suiker in een kom. Warm de room weer op en klop hem dan geleidelijk door de eieren en de suiker. Zeef het mengsel boven de steelpan.

Zet 4 soufflébakjes in een braadpan en verdeel de custard er over. Giet zoveel warm water rond de bakjes dat ze half onderstaan. Bak dan 20 tot 25 minuten in de voorverwarmde oven tot de custard net stevig, maar in het midden nog zacht is.
Laat de bakjes in het water afkoelen. Neem ze eruit en zet ze voor 3 tot 4 uur in de koelkast.

Bestrooi voor het opdienen met poedersuiker. Karameliseer met een brander of onder de grill.

Serveer op kamertemperatuur.


Smullen maar!